Veelgestelde vragen
(klik op een vraag om het antwoord te lezen)
Hoe lang moet je over een stap doen?
Zo lang mogelijk. Het kunnen oplossen van opgaven en het behalen van een diploma zegt nog weinig over de speelvaardigheid. Pas als leerlingen het geleerde regelmatig toepassen in hun partijen, kan gedacht worden aan een volgende stap. Kinderen die in hun partijen de ongedekte stukken van hun tegenstanders niet slaan, zijn nog lang niet aan stap 2 toe. In de handleiding van stap 1 staat het volgende: "De elementaire leerstof lijkt eenvoudig en het lukt sommige lesgevers om de eerste stap in drie maanden door te werken. Dat is niet de beste aanpak. Wezenlijke schaaktechnieken als het mat zetten vereisen een langere leertijd. Het is beter om voor de eerste stap minstens een jaar uit te trekken om de basisvaardigheden goed onder de knie te krijgen (uitzonderingen zullen er altijd zijn). De ‘verloren’ tijd wordt later met gemak ingehaald."
Het werkboek Stap 1 plus blijkt een uitstekende aanvulling om de vaardigheden van de leerlingen te verhogen. Veel positieve reacties.
Wanneer verschijnen de volgende boeken? Stap 6 extra, plus en stap 7.
Goed nieuws. GM Erwin L'Ami gaat me helpen. Om er in te komen zijn we begonnen met stap 6 extra en we zijn al ver gevorderd. Begrijpelijk is dat Erwin het spelen op de eerste plaats laat komen. Voor mezelf geldt dat het leuk is om de methode op hoger niveau verder uit te breiden maar dat werk komt niet op de eerste plaats.
Verschijnen de boeken ook als ebook?
Ja. Helaas ben ik op dit gebied deels afhankelijk van anderen maar in de loop van 2013 zal de eerste wel klaar zijn.
Welke kritiek is er op de Stappen (geweest)?
- Er is te weinig aandacht voor openingen.
Er wordt geen openingstheorie behandeld, wel is er aandacht voor algemene openingsprincipes. Bij de bespreking van de partijen van de leerlingen kan mondjesmaat de openingstheorie aan bod komen. Er zijn genoeg boeken om deze theorie op te zoeken. De leerlingen van wie de partijen nooit besproken worden, komen op dit gebied inderdaad te kort.
- Kinderen willen spelen en geen opgaven maken.
Vooral aangebracht door hen die de moeite niet (willen) nemen om de handleidingen door te lezen. Op diverse plaatsen staat daarin dat veel spelen essentieel is. De instructie en de opgaven zijn een middel om een bepaald doel te bereiken, geen doel op zich. De lesgever die het daar niet mee eens is, zal bij de kinderen dan ook weerstand ondervinden als zij (te veel) opgaven moeten maken. Overigens bepaalt de lesgever hoeveel er daadwerkelijk in de praktijk gespeeld wordt, niet de handleiding.
De auteurs zijn zich van begin af aan bewust geweest van het volgende:
Het gevaar bij de Stappenmethode is dat het voor veel trainers uitnodigend is om er verkeerd mee om te gaan:
- er wordt geen les gegeven en de kinderen krijgen een werkboek
- er wordt een een (saaie) groepsles gegeven waarbij volgens een directe instructie de kennis van bovenaf aangeboden wordt. Daarna is het nog gemakkelijker om leerlingen aan te zetten tot het simpelweg maken van de opgaven zonder hier meer mee te doen.
Ons ideaal is uiteengezet in de handleidingen: instructie, oefenen, spelen, partijen bespreken. Een succesformule, mits goed toegepast. Zij die niet verder kijken dan hun neus lang is, zien alleen de werkboeken ("De diagrammenmethode").
- Er is te veel aandacht voor tactiek en te weinig voor strategie.
Tactiek speelt een hoofdrol in schaakpartijen, vooral in kinderpartijen. Logisch om daar veel aandacht aan te besteden, omdat het loont.
Steeds weer duikt de kritiek op dat er in de Stappenmethode onvoldoende aandacht voor strategie is. Het is waar dat in de werkboeken het aantal strategie-opgaven in de eerste vier stappen bescheiden is in vergelijking met de tactiekopgaven. De kinderen die geen les krijgen en alleen in de werkboeken werken, komen op strategisch gebied dan ook duidelijk tekort. De kinderen die les krijgen en van wie de partijen worden besproken, komen niets tekort.
De manier waarop de strategische aspecten bij de bespreking van de partijen van de leerlingen aan de orde moeten komen staat vanaf stap 2 op meerdere plaatsen in de handleidingen.
Sinds de verschijning van de plusboeken is de aandacht voor strategie in de werkboeken wel toegenomen.
- De groep staat centraal en niet de speler
Ongefundeerde kritiek, zie de handleidingen. Schaakles is bij uitstek geschikt om aan groepen te geven zonder daarbij het individu te verwaarlozen. De tijdwinst is enorm. Het is de lesgever die bepaalt hoeveel aandacht elke leerling krijgt. Dat heeft niets met een methode te maken.
Ook individueel lesgeven is trouwens mogelijk. Zelfs zelfstudie is al gemeld!
De speelsterkte in groepen kan heel snel uiteen lopen (veel kinderen spelen en oefenen tussendoor). Differentiëren of de groep splitsen zijn de mogelijke oplossingen.
- De manier van lesgeven is niet ontwikkelingsgericht.
Een citaat uit het 'Afstudeerverslag in het kader van de opleiding Toegepaste Onderwijskunde aan de Universiteit Twente' Transfer van Schaaktrainingen (Arjeh. R. Willemze).
"In de Stappenmethode zijn duidelijke invloeden terug te vinden van het mastery learning model (Warries & Pieters, 1992) ...... Waar de Stappenmethode echter aanwijzigingen geeft voor de begeleiding van het schaakinhoudelijke ontwikkelingsproces van kinderen zijn de denkbeelden uit de ontwikkelend onderwijs stroming van Van Parreren (1988) van invloed geweest op de stappenmethode."
- De tekeningen in de werkboeken gooien mijn goed/fout berekeningen in de war omdat er geen twaalf stellingen meer op een bladzijde staan.
De tekeningen vallen bij het merendeel van de gebruikers in de smaak en blijven gehandhaafd. Het is lastig om het iedereen naar de zin te maken!
- Ik mis de verhalen over schaakgeschiedenis e.d.
Lesgevers die boeiend kunnen vertellen zijn begenadigd. In zo'n geval hoort een goed verhaal gewoon bij de schaakles. Er is genoeg literatuur voorhanden om uit te putten (tegenwoordig is internet een dankbare bron).
Dergelijke verhalen sappig opschrijven is (was) geen van de auteurs gegeven, een sterk argument om er ook niet aan te beginnen.