Veelgestelde vragen

(klik op een vraag om het antwoord te lezen, klik om het te laten verdwijnen)

Hoe lang moet je over een stap doen?

Zo lang mogelijk. Het kunnen oplossen van opgaven en het behalen van een diploma zegt nog weinig over de speelvaardigheid. Pas als leerlingen het geleerde regelmatig toepassen in hun partijen, kan gedacht worden aan een volgende stap. Kinderen die in hun partijen de ongedekte stukken van hun tegenstanders niet slaan, zijn nog lang niet aan stap 2 toe. In de handleiding van stap 1 staat het volgende: "De elementaire leerstof lijkt eenvoudig en het lukt sommige lesgevers om de eerste stap in drie maanden door te werken. Dat is niet de beste aanpak. Wezenlijke schaaktechnieken als het mat zetten vereisen een langere leertijd. Het is beter om voor de eerste stap minstens een jaar uit te trekken om de basisvaardigheden goed onder de knie te krijgen (uitzonderingen zullen er altijd zijn). De ‘verloren’ tijd wordt later met gemak ingehaald."
Het werkboek Stap 1 plus blijkt een uitstekende aanvulling om de vaardigheden van de leerlingen te verhogen. Er is veel vraag (4e druk met een steeds hogere oplage). Veel positieve reacties omdat leerlingen beter gaan schaken en dat verhoogt de kans op een langer lidmaatschap.

Wanneer verschijnt Stap 7? (bijgewerkt 10-2017)

De kans op een werkboek Stap 7 is minimaal. Zelfs Lucas van Foreest die mij deze vraag in Hoogeveen 2015 stelde, kon mij niet op andere gedachten brengen. Dus minimaal.
Dat is schrikken en vereist daarom enige motivering. De doelgroep (en dan doel ik op die groep die echt aan het stap 7 niveau toe is) wordt alsmaar kleiner (al zal over de verwachte verkoop niet te klagen zijn, iedereen koopt boeken die te moeilijk zijn). De Stappenmethode is destijds in 1985 opgezet om schaaktrainers en lesgevers te helpen bij het lesgeven. Dat plan is maar zeer ten dele geslaagd. Positief is dat het aantal kinderen tot 12 dat heel goed kan schaken best groot is (al is er nog veel meer mogelijk). Er zijn trainers die zich min of meer nauwgezet aan onze opzet houden en met eigen inbreng sterke schakers afleveren. De speelsterkte van deze trainers is onvoldoende om verder te gaan. Helaas zijn er voor Stap 4 en Stap 5 landelijk veel te weinig (goede) trainers. Het 'ambitieuze' plan van de bond om jaarlijks 6 Trainer 3 (= stap 4 en 5) op te leiden zal dit nijpende probleem in het geheel niet oplossen. Kortzichtig ook omdat de terugloop van het ledenaantal (bij de senioren) al jaren aan de gang is en vers bloed uit de jeugd nodig is, om het verenigingsleven in stand te houden.
De overgang naar het middelbaar onderwijs is sowieso altijd al een flinke hobbel die jeugd kost en als daar dan bij komt dat de speelsterktestijging stagneert en de hoge verwachtingen door de fantastische resultaten in het verleden niet gehaald worden, is afhaken de weg van de minste weerstand.
Een veeg teken is de volgende trend. In 2003 hadden 54 jeugdschakers tot 20 jaar een Elo boven de 2000. Nummer 100 had Elo 1863. Twee jaar later waren er al 75 boven een Elo van 2000 (waaronder 3 boven 2500!) en nummer 100 had een Elo 1963. In 2016 zijn we teruggezakt naar 54 jeugdspelers boven 2000 Elo (1 boven 2500) en nummer 100 heeft 1853 Elo. De inflatie is niet meegenomen. Betrek daarbij het ronduit beschamend aantal A-spelers dat meespeelt in de kampioenschappen van de regionale bonden (soms 2, 4 of 6) dan lijkt me het uitgeven van Stap 7 nauwelijks een prioriteit. Trouwens, er zijn voor dit niveau genoeg alternatieven.
Update: In de Elo-lijst 2017-02 tot 20 jaar (alleen NL) staan er 52 spelers boven 2000 en nummer 100 heeft 1806. In de lijst van 2017-08 is de trend weer licht stijgend: 57 spelers boven 2000 en nummer 100 heeft 1844.

Hoe ziet de toekomst van de Stappenmethode eruit? (bijgewerkt 10-2017)

Vragen als "Hoe lang ga je nog door?" (mijn gebooortejaar is 1950), "Blijf je de boeken aanpassen?" "Komen er nog nieuwe boeken?" vallen alle onder dezelfde vraag.

De nieuwe serie Mixboeken is compleet: Stap 1 tot 5. Boris Friesen werkte mee aan Stap 1 en 2.

De puur Nederlandse versie is klaar. Rob Brunia en ik begonnen in 1985: het is mooi geweest. Sinds 1987 stoor ik me aan de houding van de KNSB met als positief effect dat de tegenwerking ons stimuleerde om te bewijzen dat wat we deden de moeite waard was. Die stimulans is al lang uitgewerkt. De motivationele hulp (gelukkig een wat natuurlijkere) komt veelal uit het buitenland: "Your books are great. First time I saw them, I knew immediately they are different than other teaching manuals on the market. No wonder they are successful in Europe. I will do my best to promote them in US. Hopefully we can see more chess schools in US adopt the system as their core curriculum. Ook in GB is iemand tevreden: "I would like to thank you for the fabulous Step Guide which means I can do my hobby for a job – it is a brilliant piece of work and I recommend it to all my fellow coaches and students."
Alleen de bond telt voor de bond. Een simpel voorbeeld: "Halverwege de jaren tachtig introduceerden we de Stappenmethode, waardoor clubs jongeren structureel schaken konden leren." (https://www.schaakbond.nl/node/27961). Dat zet de argeloze lezer met gemak op het verkeerde been. De Stappenmethode is geen eigendom van de KNSB. De schaakbond sloeg ons aanbod om zelf de methode uit te geven in 1988 af. Onze namen worden als het even kan natuurlijk weggelaten: "De Stappenmethode is onze officiële methode. Deze manier om schaken te leren is in Nederland ontwikkeld ...." (https://www.schaken.nl/node/27436). Alleen de kop al is volkomen belachelijk "De officiële leermethode Stappenplanmethode". Een insider vindt in het artikeltje overigens met gemak 5 inhoudelijke fouten.
Kortom: goede sier maken met de Stappenmethode als het uitkomt maar niet thuis geven als er een nieuwe serie werkboeken verschijnt of als een handleiding uitkomt die sterk is uitgebreid (en verbeterd hopen we dan maar). Argument is dan: de Stappenmethode is een commerciële instelling. Dat is waar maar staat het belang voor de schaakgemeenschap niet voorop? Nee dus en de enige consequentie is dan: noem het niet onze officiële methode.
Het is wrang dat twee wildvreemde buitenlanders wel een breder belang zien (I will do my best to promote them / I recommend it to all my fellow coaches and students).

Een enkele keer was er een opleving. Arjen de Vries (directeur Bondsbureau eind jaren 90) is de positieve uitzondering. Hij bleef aandringen om Stap 6 uit te geven. Hij begreep dat dat in het belang van het Nederlandse schaak zou zijn en handelde ernaar.

Trouwe fans: geen zorgen. De boeken verdwijnen niet en mijn werk zit er niet op. Alle werkboeken worden naar een 4-talen versie omgezet (Stap 1 extra, Stap 6 extra en de mix-werkboeken zijn al bestaande voorbeelden). Die omschakeling brengt sowieso de nodige (inhoudelijke) wijzigingen met zich mee.
Uitzonderingen zijn (planning oktober 2017): Opstapje 1 en 2, Stap 1 en 1 plus en Stap 2 en 2 plus. Die blijven in het Nederlands. Wat ik met de Handleidingen doe, weet ik nog niet. De Engelse versie blijft zeker bestaan.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Hoe bestel ik vanuit Nederland de boeken in de vreemde talen.

Alleen de Engelse en Franse versie kunnen worden besteld. Stuur een mail met uw bestelling naar info@stappenmethode.nl en u ontvangt zo snel mogelijk een rekening. Bestellen met het Engelse en Franse bestelformulier is onvoordelig vanwege de te hoge verzendkosten voor Nederland.

De informatie op deze site over de auteurs is karig. Zelfs geen foto.

Meer een klacht dan een vraag. Een bescheiden handreiking in de vorm van links.

Rob Brunia wiki NL

Cor van Wijgerden wiki NL

Cor van Wijgerden wiki DE

Canon schaaksite

Frappant is het verschil in 2016 tussen de Duitse en Nederlandse Wikipedia (die deutsche Gründlichkeit).
Zover ik weet zijn er geen beelden of foto's van de keeperstraining van Rob. Die zouden wel in aanmerking kunnen komen voor plaatsing!

Welke kritiek is er op de Stappen (geweest)?
  • Er is te weinig aandacht voor openingen.
    Er wordt geen openingstheorie behandeld, wel is er aan­dacht voor algemene openingsprincipes. Bij de bespreking van de partijen van de leerlingen kan mondjesmaat de openingstheorie aan bod komen. Er zijn genoeg boeken om deze theorie op te zoeken. De leerlingen van wie de partijen nooit besproken worden, komen op dit gebied inderdaad te kort.
  • Kinderen willen spelen en geen opgaven maken.
    Vooral aangebracht door hen die de moeite niet (willen) nemen om de handleidingen door te lezen. Op diverse plaatsen staat daarin dat veel spelen essentieel is. De instructie en de opgaven zijn een middel om een bepaald doel te bereiken, geen doel op zich. De lesgever die het daar niet mee eens is, zal bij de kinderen dan ook weerstand ondervinden als zij (te veel) opgaven moeten maken. Overigens bepaalt de lesgever hoeveel er daadwerkelijk in de praktijk gespeeld wordt, niet de handleiding.
    De auteurs zijn zich van begin af aan bewust geweest van het volgende:
    Het gevaar bij de Stappenmethode is dat het voor veel trainers uitnodigend is om er verkeerd mee om te gaan:
    - er wordt geen les gegeven en de kinderen krijgen een werkboek
    - er wordt een een (saaie) groepsles gegeven waarbij volgens een directe instructie de kennis van bovenaf aangeboden wordt. Daarna is het nog gemakkelijker om leerlingen aan te zetten tot het simpelweg maken van de opgaven zonder hier meer mee te doen.
    Ons ideaal is uiteengezet in de handleidingen: instructie, oefenen, spelen, partijen bespreken. Een succesformule, mits goed toegepast. Zij die niet verder kijken dan hun neus lang is, zien alleen de werkboeken ("De diagrammenmethode").
  • Er is te veel aandacht voor tactiek en te weinig voor strategie.
    Tactiek speelt een hoofdrol in schaakpartijen, vooral in kinderpartijen. Logisch om daar veel aandacht aan te besteden, omdat het loont.
    Steeds weer duikt de kritiek op dat er in de Stappenmethode onvoldoende aandacht voor strategie is. Het is waar dat in de werkboeken het aantal strategie-opgaven in de eerste vier stappen bescheiden is in vergelijking met de tactiekopgaven. De kinderen die geen les krijgen en alleen in de werkboeken werken, komen op strategisch gebied dan ook duidelijk tekort. De kinderen die les krijgen en van wie de partijen worden besproken, komen niets tekort.
    De manier waarop de strategische aspecten bij de bespreking van de partijen van de leerlingen aan de orde moeten komen staat vanaf stap 2 op meerdere plaatsen in de handleidingen.
    Sinds de verschijning van de plusboeken is de aandacht voor strategie in de werkboeken wel toegenomen.
  • De groep staat centraal en niet de speler
    Ongefundeerde kritiek, zie de handleidingen. Schaakles is bij uitstek geschikt om aan groepen te geven zonder daarbij het individu te verwaarlozen. De tijdwinst is enorm. Het is de lesgever die bepaalt hoeveel aandacht elke leerling krijgt. Dat heeft niets met een methode te maken.
    Ook individueel lesgeven is trouwens mogelijk. Zelfs zelfstudie is al gemeld!
    De speelsterkte in groepen kan heel snel uiteen lopen (veel kinderen spelen en oefenen tussendoor). Differentiëren of de groep splitsen zijn de mogelijke oplossingen.
  • De manier van lesgeven is niet ontwikkelingsgericht.
    Een citaat uit het 'Afstudeerverslag in het kader van de opleiding Toegepaste Onderwijskunde aan de Universiteit Twente' Transfer van Schaaktrainingen (Arjeh. R. Willemze).
    "In de Stappenmethode zijn duidelijke invloeden terug te vinden van het mastery learning model (Warries & Pieters, 1992) ...... Waar de Stappenmethode echter aanwijzigingen geeft voor de begeleiding van het schaakinhoudelijke ontwikkelingsproces van kinderen zijn de denkbeelden uit de ontwikkelend onderwijs stroming van Van Parreren (1988) van invloed geweest op de stappenmethode."
  • De tekeningen in de werkboeken gooien mijn goed/fout berekeningen in de war omdat er geen twaalf stellingen meer op een bladzijde staan.
    De tekeningen vallen bij het merendeel van de gebruikers in de smaak en blijven gehandhaafd. Het is lastig om het iedereen naar de zin te maken!
  • Ik mis de verhalen over schaakgeschiedenis e.d.
    Lesgevers die boeiend kunnen vertellen zijn begenadigd. In zo'n geval hoort een goed verhaal gewoon bij de schaakles. Er is genoeg literatuur voorhanden om uit te putten (tegenwoordig is internet een dankbare bron).
    Dergelijke verhalen sappig opschrijven is (was) geen van de auteurs gegeven, een sterk argument om er ook niet aan te beginnen.